Cool X-mas Surinamese comfort greens

Scroll down for English version imageZoals sommige van jullie weten ben ik in het prachtige Suriname geboren. Gesandwiched tussen Brits- en Frans Guyana en net boven Brazilië gelegen is dit hét paradijs voor iedereen die van ongerepte natuurschoon houdt. Als je er nog niet bent geweest raad ik je aan om het asap bovenaan je “to go lijst” te zetten. Het land groeit letterlijk uit haar voegen van vruchtbaarheid. Op meer manieren dan verantwoord is om op deze blog op in te gaan… 🙂 Hierdoor is wat lokaal te vinden is aan groenten en fruit op z’n zachts gezegd indrukwekkend te noemen. Je vindt er  fruit waar je vaak nog nooit van gehoord hebt, zoals de stekelige zuurzak of de schattige roosappeltjes die gek genoeg echt naar rozen geuren. Suriname is ook het thuis van de grootste collectie bananen sinds mensenheugenis. Van reuze bakbananen die bij praktisch elke maaltijd gebakken als bijgerecht worden geserveerd, naar de inie minie zoete vingerbanaantjes die een geliefde snack zijn voor zowel kleine als grote kinderen. Maar op de vele markten die Suriname rijk is stikt het ook van de exotische (nou ja, voor jullie dan!) groenten en knolgroenten. imageMijn geboorteland is zo vruchtbaar dat mijn vader en ooms vroeger altijd grapten dat als je vandaag een watermeloenpitje uitspuigde je de volgende dag een watermeloenplant had. Oh wat ben ik dol op dit land. De grote diversiteit vind je ook terug in de bevolking. Van nazaten van de moedige slaven, tot Chinezen, Hindoestanen uit India, de oorspronkelijke Indiaanse stammen, De Javanen, Joodse mensen uit alle delen van Europa, meer recent Brazilianen uit het buurland en natuurlijk de voormalige kolonisators, de Nederlanders. Met zo een rijke mengeling aan culturen is het geen wonder dat wij Surinamers poepie verwend zijn wanneer het op lekker eten aankomt. We hebben van kleins af aan  het beste van zoveel werelden binnen handbereik en maken daar ook gretig gebruik van. Als je een bevriende Surinamer op straat tegenkomt is vaak één van de eerste dingen die je vraagt, na het plichtsgetrouwe hallo zeggen, ,,Wat ga je later eten?” Wat een rijkdom! imageDus wanneer ik behoefte heb aan comfort food is het niet stamppot of pannenkoeken waar ik naar grijp. Nee, nee. Comfort food is voor mij roti, de Surinamese versie van het Indiase platbrood gevuld met een rijke aardappel, linzen en groentencurry. Of nasi goreng van de Javanen op Blauw Grond. Gebakken rijst met Surinaamse ingrediënten die zo lekker is dat ik het verkies boven de nasi die mij op Bali werd geserveerd. Of de jackpot in Surinaamse comfort food gerechten; Pom. Geen zelfrespecterende Surinamer geeft een feest zonder dit wondergerecht. Deze van origine Joodse aardappelovenschotel werd in de handen van creatieve slaven getransformeerd tot een meesterwerk door de aardappels te vervangen met de eetbare lokale knolsoort pomtayer. Deze knol lijkt qua uiterlijk een beetje op cassave maar de smaak is compleet anders en het is bovendien veel romiger van structuur. Dit gerecht is zo een instituut op zich dat ik er een andere keer een hele post aan zal moeten wijden. imageVoor vandaag moest ik genoegen nemen met het hartvormige blad van dezelfde plant als waar de pomtayer vandaan komt. Tayerblad. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen eten wij Surinamers veel groenten. En met name bladgroenten hebben een heilige status in onze eetcultuur. Een basic Surinaamse maaltijd bestaat vaak uit een kipgerecht, geroosterd of gestoofd, gekookte rijst en roergebakken bladgroenten. Dus wanneer ik behoefte heb aan “comfort in a hurry” is dat wat ook ik voor mezelf maak. In Amsterdam zijn Surinaamse bladgroenten heel makkelijk te vinden op de markt of in een Surinaamse, Afrikaanse of Indiase toko. Aangezien ik weinig vlees eet heb ik een Ayurvedisch verantwoorde snelle vegetarische versie bedacht en voor de Soul foodie twist een Europese groente toegevoegd. Dikke plakken venkel marineer ik in een yoghurt, garam masala en Pitta specerijenmengsel. Vervolgens rooster ik deze in een hete oven tot ze mooi goudbruin en knapperig zijn. Geef mijn portie plofkip maar aan Fikkie! imageNatuurlijk weten we hoe belangrijk het is om ons Pittavuur in de zomer onder controle te houden. Maar ik heb vaak het idee dat we Pitta in de winter onterecht helemaal vergeten. Met de verwarming op tien en de gevoelige huid van Pitta kunnen ze ook deze tijd van het jaar oververhit raken. Dus dit recept is winter én Pitta proof. De bittere smaak van de bladgroente, de zoete smaak van de bakbanaan en de wrange smaak van de mungbonen zijn allemaal balancerend voor Pitta. Om het zekere voor het onzekere te nemen ben ik bovendien niet zuinig geweest in mijn gebruik van verkoelende kokos. Je weet maar nooit. Want het laatste dat je wilt met kerst is een kamer gevuld met oververhitte Pitta’s! Daar gaat je vredig kerstfeest…. imageIn de yoghurtmarinade voor de venkel gebruikte ik de geweldige Pittaspecerijenmix van Ayurveggie. Binnenkort zal ik deze en meer specerijenmixen van dit geweldige merk in mijn nieuw te starten webshop aanbieden.  Want deze specerijen zijn een typisch geval van mooi van binnen én buiten. Heerlijke biologische specerijenmixen op Ayurvedische basis in een prachtverpakking. What’s not to like? Hou mijn facebookpagina in de gaten voor updates van al mijn spannende plannen voor volgend jaar. www.facebook.com/soulfoodcompany

Voor nu wens ik je alvast een hele “coole”kerst en tot gauw.

Coole Surinaamse kerstgroenten (voor 2 comfort zoekers)

  • 250 gram venkel in dikke plakken
  • 75 gram griekse yoghurt
  • 1 theelepel olijfolie
  • 2 theelepels citroensap
  • 1 theelepel ahornsiroop
  • stukje gember
  • 1/2 theelepel garam masala
  • 1 theelepel Pitta specerijen
  • snufje zout
  • 50 gram gele mungbonen
  • 150 ml water
  • 150 gram tayerblad (verwijder de dikke nerf, rol het blad op en snij in repen)
  • 1 knoflookteentje (laat weg als je een hoge Pitta disbalans hebt)
  • 1 kleine ui in ringen
  • klein stukje gember fijngehakt
  • 1 theelepel mosterdzaad (laat weg als je een hoge Pitta disbalans hebt)
  • 1 eetlepel kokosolie
  • scheutje dikke kokosmelk
  • 1/2 zoete bakbanaan in plakjes
  • wat extra kokosolie om de bakbanaan in te bakken

Blender voor de marinade de yoghurt, olijfolie, citroensap, ahornsiroop, gember, specerijen en zout in een kleine keukenmachine. Overgiet de venkelplakken met de marinade en laat 20 minuutjes staan terwijl je met je andere voorbereidingen verder gaat. Verwarm je oven voor op 180 graden en bekleed een kleine ovenplaat met bakpapier. Leg de venkel na de marineertijd op de bakplaat en laat 25 tot 30 minuten roosteren in de oven. Draai de plakken halverwege de baktijd 1 keer om.

Doe de mungbonen en het water in een kleine pan. Breng aan de kook, draai daarna het vuur wat lager en doe een deksel op de pan. Kook in 15 minuten net beetgaar. Waarschijnlijk zal nu bijna al het vocht verdampt zijn. Is dat niet het geval proef even of de bonen net wat langer nodig hebben. Maar zorg ervoor dat ze niet stuk koken. Je kan ze ook door een vergiet gieten als je ze gaar genoeg vindt maar er toch nog wat kookvocht in de pan is. Hou even apart.

Verhit een wok en doe er je kokosolie in. Wanneer die heet is doe je het mosterdzaad erin. Werk snel want ze zullen gaan spetteren en ploffen als popcorn.  Hou een passend deksel bij de hand voor het geval ze agressief worden. Grrr. Voeg na 30 seconden snel de uienringen toe en bak een minuutje mee. Dan gaan de knoflook en gember er een minuutje bij. Tot slot doe je de reepjes tayerblad in de wok en roerbak je die tot ze net beginnen te slinken. Voeg de gekookte mungbonen en een scheutje kokosmelk toe, roer door en breng op smaak met zout. Bak de plakjes bakbanaan in een koekenpan in een theelepel of zo kokosolie. Serveer met gekookte basmatirijst gegarneerd met geroosterde kokosrasp, de geroosterde venkelplakken en de gebakken bananenrondjes.

English version As some of you might know I was lucky enough to be born in beautiful Surinam. The country sandwiched between British and French Guyana and right above Brasil. For those of you who have never been, put it up there on your “to go-list”. Especially if you are into unspoiled jungle and wildlife. The land is literrally brimming with fertility, in more ways than I care to explain here….. :)And so the local produce is truly impressive. You will find tropical fruits of all shapes and sizes. Many of which you may have never heard of before, such as a spiky fruit called “zuurzak” or the the cute pink blushing rose apples, which suprisingly acutely do smell of roses. Surinam is also home to the biggest collection of banana’s known to mankind. From big plantains used for frying to tiny tiny super sweet ones lovingly called finger banana’s which are a cherished all day snack loved by children, big and small. But at the many markets you will also find an amazing array of tropical vegetables and edible roots.

My country of birth is so fertile that I remember my dad and uncles joking that if you were to spit out a watermelon seed today you’d have a watermelon plant by tomorrow. Oh how I adore this country. With not just a huge variety in the habitat but also in the population. From descendants of slaves, to Chinese, to Indians referred to as the Hindustani people, The Native clans, the people from Java, to Jews from the European continent, of course the former colonists the Dutch and more recently the neighbouring Brasilians. With such a wonderful melting pot of cultures we are spoiled rotten when it comes to food. We can get the best of so many world cultures in this one country. And we enjoy our food with a passion. When Surinamese friends meet on the street, after saying the obligatory hellos, the most common next question is ,,What are you eating today? “What bounty!

So when I crave comfort food it’s not bubble and squeak, chicken pot pie or pancakes I am after. No. Comfort food to me is roti, a Surinamese version of the Indian flat bread with a filling of potatoes, lentils and chicken curry . Or nasi goreng from the Javanese immigrants. A fried rice with Surinamese ingredients that is so delicious I like it better than the one served to me in Bali! Or the all time favourite and absolute must have meal at any celebration. Pom. This traditionally jewish oven dish was transformed to an unbelievable masterpiece in the hands of the former slaves who substituted the original potota puree with the local Pomtayer. This root is somewhat like cassava in appearance but with a distinctly different taste and texture. This dish is so sublime I will have to dedicate a whole post to it some other time.

For now I made due with the heart shaped green leaves of the same plant that produces the pomtayer root called “Tayerblad”. Which litterally means “Leave of the tayer”. Contrary to popular belief, we Surinamese eat a lot of vegetables. And especially bitter greens are held in very high esteem. A very simple Surinamese meal will consist of some type of chicken dish, either roasted or stewed, cooked rice and stir fried greens. So when I want comfort in a hurry that’s what I’ll have. In Amsterdam you can find tropical greens very easily at markets or in Surinamese, African or Indian grocery stores. Since I eat little meat I made my own Ayurvedic quicky vegetarian version and added a European vegetable for good measure. Lovely thick fennel slices in a marinade of yoghurt, garam masala and Pitta spices are roasted in a hot oven till golden and crisp. You can serve me this instead of battery chicken any day!

Of course we know that it is important to balance our fire in summer, so sometimes in winter we tend to forget about Pitta. But with all the indoor electric heating and Pitta’s sensitive skin I have found that a real Pitta should even in winter be aware of overheating. So here  is a recipe that is winter ánd Pitta friendly. Featuring the bitter taste of the greens, the sweet taste of the plantains and the astringent taste of the mungbeans. All Pitta balancing. Just to be on the safe side I wasn’t shy with cooling coconut oil either. You know, just in case…. The last thing you want is a bunch of hot headed Pitta’s in one room at the holidays or you can kiss your merry X-mas goodbye! I used the fabulous Ayurveggie spices in my yoghurt marinade. Soon these beautiful spices will be available through my upcoming webshop.  That will be up and running early next year. These spice mixes rock and the design of the boxes is a sight for sore eyes as well. Keep an eye on my facebook page to get the latest on all my exciting plans for next year.  www.facebook.com/soulfoodcompany

So here goes the recipe.

Pitta balancing Surinamese greens (for 2 comfort seekers)

  • 250 grams fennel in thick slices
  • 75 grams greek yoghurt
  • 1 teaspoon olive oil
  • 2 teaspoons lemon juice
  • 1 teaspoon maple syrup
  • thumb sized piece of fresh ginger
  • 1/2 teaspoon garam masala
  • 1 teaspoon Pitta spices
  • dash of salt
  • 50 grams yellow mung beans
  • 150 ml water
  • 150 grams tayerblad (remove the thick vein at the back of the leave, roll it up and cut in strips)
  • 1 clove of garlic (leave out if you have a high Pitta imbalance)
  • 1 small onion in rings
  • small piece of ginger fineley chopped
  • 1 teaspoon mustard seed (leave out if you have a high Pitta imbalance)
  • 1 tablespoon coconut oil
  • splash of thick coconut milk
  • 1/2 sweet plantain in rings
  • some extra coconut oil to fry the plantain in

For the marinade blender the yoghurt, olive oil, lemon juce, maple syrup, ginger, spices and salt in a small kitchen aid. Pour marinade over the fennel slices and leave for 20 minutes while you prep the rest of your ingredients. Preheat the oven to 180 degrees C and cover a baking sheet with parchment paper. Drape the fennel slices on the baking sheet after they have marinated and let bake for 25 to 30 minutes. Half way the baking time turn around once.

Put the mung beans and the water in a small pan. Bring to the boil, lower the heat and put a lid on top. Cook for 15 minutes until al dente. By this time most of the water should have evaporated. If this is not the case, taste the beans if they are done to your liking or if they need to cook a bit longer. Just make sure they don’t get mushy. You can also pour them through a strainer to get rid of excess moisture if you want. Keep in a bowl for now. 

Heat a wok and add the coconut oil. When hot add the mustard seeds. Work quickly as they will start to splatter and pop. Keep a lid nearby should they go totally crazy on you. Wow, easy tiger. Grrr. After 30 seconden add the onionrings and fry for a minute or so. Than in go the garlic and ginger for another minute or two. Now add the greens  to the wok and stir fry until they just start to wilt. Finally you add the mung beans and a dash of coconut milk. Stir well and season with salt.

Fry the plantain in a frying pan in a teaspoon of hot coconut oil. Serve your greens with cooked basmati rice garnished  witwith roasted coconut, the roasted fennel slices and the fried plantain.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s